Arrest van het Hof van Justitie in zaak C-34/24 | Stichting Right to Consumer Justice en Stichting app stores claims tegen Apple, 2 december 2025, ECLI:EU:C:2025:936
Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) heeft op 2 december 2025 geoordeeld dat Nederlandse rechters bevoegd zijn om kennis te nemen van een representatieve vordering die is ingesteld wegens het concurrentieverstorende gedrag dat Apple met betrekking tot haar Nederlandse App Store zou hebben vertoond.
Het HvJEU oordeelde dat de “plaats waar de schade is ontstaan” in de zin van artikel 7, lid 2, van Brussel I bis, de virtuele ruimte is van de Nederlandse App Store (App Store NL) en dat de schade kan worden geacht zich over het gehele grondgebied van Nederland te hebben voorgedaan, ongeacht waar gebruikers zich fysiek bevonden toen zij aankopen deden.
Deze uitspraak betekent een belangrijke stap voorwaarts voor collectief verhaal op digitale markten en een duidelijke erkenning dat de bevoegdheid in onlineomgevingen wordt bepaald door de markt waarop men zich richt.
Op grond van deze uitspraak is de rechtbank Amsterdam bevoegd in de collectieve actie die Stichting app stores claims tegen Apple heeft aangespannen. De stichting ziet het vervolg van de procedure tegen Apple met vertrouwen tegemoet.
Arrest van het HvJEU in zaak C-34/24
Persbericht van het HvJEU